Historiek en gedachtengoed

1834

Voor de eerste regeringen van het in 1830 gestichte koninkrijk België was onderwijs verstrekken geen prioriteit. Vandaar dat de kerkelijke overheid op 10 juni 1834 een katholieke universiteit oprichtte. Daarmee zou het monopolie van het universitair onderwijs in handen komen van een instelling onder het juk van de kerk die nog maar twee jaar ervoor in een encycliek elke vorm van vrijheid van pers, opinie en geweten veroordeeld had.

De Brusselse advocaat Theodore Verhaegen (St. V…) vond dat dat niet kon en mobiliseerde zijn geestesgenoten die hij in Brusselse loge’s ontmoette voor een àndere universiteit, “met het vrij onderzoek tot grondslag”.  Al op 20 november – een tweetal weken na de opening van de Mechelse katholieke universiteit – opende die haar deuren. Dat de nieuwe universiteit zich onafhankelijk van staat en kerk wilde opstellen, werd haar niet in dank afgenomen en ze kreeg het niet gemakkelijk. Anderzijds trok de toen vooral Franstalige universiteit daardoor ook Vlaamse vrije geesten aan en leverde met alumni als Jan Van Rijswijck, Cesar de Paepe, Tony Bergmann, August Vermeylen en Lodewijk de Raet sleutelfiguren van het Vlaanderen/België van toen. Het principe van vrij onderzoek is door de jaren heen altijd de grondslag voor onderwijs en onderzoek aan de ULB en aan de in 1969 daaruit gegroeide VUB gebleven. En omdat het niet bij woorden blijft, maar VUB’ers ook daadwerkelijk wars van starre conventies en vooroordelen onderzoek verricht(t)en, ligt dat vrije denken ook aan de basis van de voortrekkersrol die de VUB niet zelden vervult.

Bron: De Vrije Universiteit Brussel, een jonge instelling met een oude traditie, Y.J.D. Peeters in Ons Erfdeel van 1976.

De verbonden handen

Op 19 maart 1970 werd het bekende schild met bedelzak en verbonden handen – en niet de Brusselse Sint-Michiel van de ULB – het embleem van de uit de ULB ontsproten VUB. Het embleem was volledig identiek aan dat op de geuzenpenningen en drukt verbondenheid uit met de geuzen die in de zestiende eeuw resoluut opkwamen tegen de onderdrukking van alle vrije denken door Filips II en zijn inquisitie. De verbonden handen verwijzen naar het Eedverbond der Edelen, dat toen in een smeekschrift aan landvoogdes Margaretha van Parma vroeg om meer vrijheid van denken en minder godsdienstvervolging. Een hoveling vernederde hen toen door spottend op te merken dat het maar “gueux” (bedelaars) waren. Waarop de edelen de scheldnaam geuzen ging gebruiken als een eretitel.

Daarenboven kan men er ook de maçonnieke handdruk in herkennen.

Bron: Frank Scheelings op cavavub.be

De bedelzak

De verbonden handen en de bedelzak komen niet voor op het zegel van de ULB. Dat linkte sinds 1841 met fakkels naar het licht dat de wetenschap bracht door de duisternis te verjagen, tot 1988 via de afbeelding van Sint-Michiel-die-een draak-vloert naar Brussel en nadien weer met twee fakkels en een vijfhoekige ster naar het oorspronkelijk embleem. Niet zomaar, want de stad Brussel steunde de oprichting van de universiteit onder meer door gebouwen ter beschikking te stellen. De bedelzak op het VUB-wapenschild refereerde alweer naar de edelen die in de zestiende eeuw resoluut opkwamen tegen de onderdrukking van alle vrije denken. Zij werden beschimpt als ‘geuzen’ (bedelaars) en besloten daarvan een eretitel te maken. Vandaar de symboliek van de bedelnap waaruit ze wijn dronken en de bedelzak waarop ze zwoeren dat ze zouden doorzetten met hun strijd en “tot de bedelzak toe!” Dat het geen loze kreet was, bleek achteraf: nogal wat edelen raakten als gevolg van hun opstandigheid tegen Filips II have en goed kwijt, enkelen ook hun hoofd.

Bron: Frank Scheelings op cavavub.be

Oranje-blanje-bleu

Ook de kleuren die bij de stichting van de VUB in 1970 voor het embleem van de universiteit gekozen werden, verwijzen naar de geuzen die in de zestiende eeuw opkwamen voor het vrije denken. Vooral naar hun leider, de Prins van Oranje, die het aandurfde om het tegen die zo machtige katholieke Spaanse vorst op te nemen. Nog lang nadat de Noordelijke Nederlanden zich afgescheurd hadden, bleef de geuzensymboliek in ons land leven en heropleven bij elke nieuwe strijd voor vrijheid van denken en tegen de onderdrukking daarvan. Al voor er van de VUB sprake was, voerde de Vlaamse ULB-studentenvereniging oranje-blanje-bleu al in het vaandel.

Bron: Frank Scheelings op cavavub.be

Scientia Vincere Tenebras

”Oogt dat niet te elitair, zo’n Latijnse spreuk op ons wapenschild? Moeten we het misschien vertalen? Of kiezen we voor de leuze “Tot de bedelzak toe”, die niet alleen naar die afbeelding verwijst, maar ook naar de dwarse edelen die hun hele bezit overhadden voor vrijheid van denken? Of is teruggrijpen naar zo lang geleden niet oubollig, moeten we niets zoeken dat de jongeren van vandaag (dwz 1970…) aanspreekt?” Het had ontzettend veel voeten in de aarde – uiteindelijk moest de Raad van Beheer de knoop doorhakken – voor er in 1970 besloten werd om die Scientia Vincere Tenebras toch maar over te nemen van het ULB-logo. Een van de redenen was dat het Latijn internationaal zou begrepen worden, een doorslaggevende dat de spreuk de eervolle missie van de universiteiten ULB en VUB duidelijk weergeeft. Scientia ruwweg vertalen als ‘wetenschap’ doet het oude woord oneer aan, zegt de Amerikaanse filosoof Massimo Pigliucci. “Het omvat immers zowel moderne wetenschap als filosofie en het veel bredere concept van menselijke kennis. Dat is natuurlijk precies wat universiteiten horen te doen, maar het is moeilijk om daar een sterkere en meer gebalde formulering voor te vinden dan in het motto van de VUB”

Bron: Frank Scheelings op cavavub.be en Massimo Pigliucci op rationallyspeaking.blogspot.be

Het Lied van Geen Taal

Rode draad door VUB-studentenlevens over generaties heen, is het Lied van Geen Taal. Vermoedelijk geschreven in 1952-1953 stamt het uit een veel oudere traditie van Vlaamsgezinde studenten aan de ULB, waar in 1880 “Geen Taal, Geen Vrijheid” opgericht werd. Vandaar dus dat zowel de “kaloot” als de “bekrompen franskiljon” in de tekst onverbiddelijk op de korrel genomen wordt en de studenten zichzelf als “van de Clauwaert ende Geus” benoemen, verwijzingen naar de strijd voor Nederlandstalig onderwijs aan de universiteit(en). Hoewel de tekst van de eerste strofen al een tijd door de geschiedeins ingehaald lijkt, is het studentenlied nooit in onbruik geraakt. Meer nog: elke schuchtere poging om de tekst te actualiseren werd tot nu toe door studenten en oud-studenten verontwaardigd en kordaat van de hand gewezen. De verbondenheid met de voorafgaande lichtingen studenten en de geschiedenis van de VUB blijkt belangrijker dan pudeur over de strijdvaardigheid van toen. En bovendien is er nog altijd die derde strofe, die het DNA van de VUB’ers van vroeger, nu en straks zo mooi samenvat.

“Fiere dragers van de fakkel van de VUB,
Dragen w’in de wereld en doorheen heel Vlaanderen mee.
Onze wil tot leven vrij van dwang en levensblij –
Geen Talers blijven wij!”

Bron: Het lied van Geen Taal, Tim Trachet in OSB-Briefing van februari-maart 2001

St. Vé

Theodore Verhaegen overleed in 1862 en de eerste St V-optocht vond pas in 1888 plaats. Het initiatief om plots out of the blue de stichter van de universiteit  te gaan herdenken had niets te maken met een of ander jubileum. Wel met een poging van de studenten om de met de tijd verburgerlijkte universitaire overheid bij de les te houden en hen te herinneren aan de oorspronkelijke missie van de ULB: het vrij onderzoek stimuleren en vrijwaren. Vandaar de klemtoon op de figuur van Theodore Verhaegen en het initiatief om hem te eren met een krans en een mars. Later werd de bloemenhulde overgenomen door het universiteitsbestuur en de mars mondde door de jaren heen uit in een studentenoptocht naar eeuwenoude Brusselse traditie: van boven- (rijkere) naar benedenstad (armer) en het gebruik van het bedelen van geld voor drank.

Bron: de Folklore Academie en Wikipedia

De geest van Poincaré

”Het denken mag zich nooit onderwerpen, noch aan een dogma, noch aan een partij, noch aan een hartstocht, noch aan een belang, noch aan een vooroordeel, noch aan om het even wat, maar uitsluitend aan de feiten zelf, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken”. De Franse wiskundige en wetenschapsfilosoof Henri Poincaré vatte het principe van vrij onderzoek ter gelegenheid van de 75ste verjaardag van de ULB in 1909 zo mooi samen dat zijn gevleugelde woorden nu nog altijd rondwaren. Waar vroeger vooral de klemtoon op het niet accepteren van dogma’s en vooroordelen gelegd werd, is die sinds de secularisering van onze samenleving en de toenemende onderzoekssponsoring door de bedrijfswereld meer verschoven naar het onafhankelijk blijven van een belang.

Bron: ulb.ac.be